|
|
                              |
"Kunst is de overtreffende trap van kunnen. Taalgrapje. De superlatief van kunnen.
Er zijn ontelbare mensen, die hun meest individuele gevoelens op een uiterst individuele wijze tot uiting brengen: Schilderend, theater of muziek makend of vaak ook dichtend en het is allemaal even authentiek en soms ook ontroerend en het rijmt ook nog vaak, maar toch, het mag geen naam hebben - noem het geen kunst.
Kunst heeft minstens met kunde, met kunnen te maken. De zondagschilder - het is allemaal OK. Speel je cello met overgave in huiselijke kring. Bedroefde gedichtjes boven rouwadvertenties, het is soms wat gênant, maar ga je gang. Iedereen mag de middelen van de kunsten voor zijn eigen doelen gebruiken. Maar noem het niet meteen kunst. Bij kunst komt echt wat meer kijken, meer zelfs dan alleen het - zeg maar - meetbare ambachtelijke. Er is een "gewisses etwas" nodig. Nog zo'n misvatting. "Go, wat mooi, het ziet er heel professioneel uit". Professioneel als kwaliteitsterm. Terwijl het enige verschil tussen amateur en professioneel eruit bestaat, dat de professional van zijn kunsten moet leven, er geld mee moet verdienen. Het koor zong heel professioneel, die amateurtoneelvoorstelling was prachtig, bijna professioneel. Hou toch op. Kunst is de superlatief van kunnen en iedereen is vrij de middelen van de kunsten naar eigen believen te gebruiken, maar wees voorzichtig met het plakken van het etiket "kunst". Dan moet er meer aan de hand zijn. Bij wijze van spreken: Rembrandt gebruikt dezelfde olieverf als de schilder van de deuren in mijn huis en die deuren zijn kunstig glad gelukt, maar het is een kunstje, een vaardigheid, een ambachtelijk kunnen, maar geen kunst. Een mooie stem maakt nog geen zangeres en te top 40 is een kwestie van marketing en het is een mooi toeval als er soms echt iemand in opduikt die meer is dan het resultaat van een hele commerciele industrie.
Kunst is een van de meest glibberige onderwerpen die er besproken kunnen worden. En een praatje houden bij de opening van een tentoonstelling is dan ook een glibberige aangelegenheid. En dat ook nog eens in een tijd, waarin zo-goed-als-alles in termen van kosten/baten wordt gedefinieerd. Wat heb je eraan, wat levert het op? Idols levert heel wat op!
Gelukkig is dit ook een tijd, waarin de scheidig tussen hoge en lage cultuur steeds verder vervaagt: nog geen 20 jaar geleden was het zo goed als ondenkbaar om de ene avond naar Hamlet te gaan, de volgende avond op kroegentocht met je vrienden en weer later naar een actueel popconcert waar de decibellen en de wiet toch op andere conventies duiden dan die avond daarna bij het concert op authentieke instrumenten van het Orkest van de XVIIIe eeuw. Tegenwoordig kan dat allemaal door 1 persoon beleefd worden. Je onderscheidt je niet meer, de klassen zijn vervaagd, de intellectuele en culturele en economische elite lopen door elkaar heen en de entertainment-industrie heeft daar nog weer eens met inzet van alle media een aantrekkelijke grauwsluier overheen gelegd.
Kunst hoeft gelukkig tegenwoordig niet meer per se onbegrijpelijk en een intellectuele aanslag te zijn. Er is meer dan ernst alleen. Als het wat mij betreft dan maar meer is dan een kunstje, verder gaat dan het eng individuele, commerciele, opportunistische, als het maar prikkelt, verbaast, ontroert, een kick geeft en meer is dan een roes of een hype.
Kunst mag tegenwoordig ook wat kosten en dus ook wat opleveren. Misschien is dat dan toch een verworvenheid van dit tijdperk van commercialisering en consumentisme. De kunstenaar hoeft niet langer als Mimi in La Bohème aan tbc te liden en op een tochtig-vochtige zolderkamer beschimmeld brood te eten. Als het kunst is, hebben we er ook wat voor over!
Ik sta hier om het openingswoord te spreken bij de tentoonstelling van Henk Hofstra's werken. Schilderwerken. Zonder excuus en zonder omhaal van woorden:schilderwerken. Flinke jongens van een meter tot anderhalve meter in het vierkant. Op mijn werkkamer in het muziekcentrum De Oosterpoort in Groningen hangt zo'n koe van Henk. Eentje uit 2002. Ik kreeg die van Alf, mijn man, cadeau omdat die onuitgesproken doorhad dat er wat met die koe en mij was. Iets op die gekke grens van kunnen, kunst en wat anders. Kort na de koe kochten we samen een mannenkop en later nog een, van de hand van de Groninger fijnschilder, hyperrealist Cor Groenenberg en toen Henk die schilderijen enkele weken terug bij ons thuis zag, brak het zweet hem bij wijze van spreken uit: wat een geduld om zoiets te maken! Zou ik nooit kunnen.
Henk zijn schilderijen zijn bepaald geen monikkenwerk, geen verfijnd gepriegel. Geen Helmantel of Groenenberg dus. Er is niet echt sprake van verstilling of meditatie. Niet met het penseel, maar met de vuist geschilderd. Henks werk is heel dynamisch, ruw bijna, vol energie en levenslust. Vitaal. Het gaat om eenvoudige, eenduidige vormen: een koe, een weiland, tulpen, appels. Het gaat om dikke lagen verf, op sommige plekken direct uit de tube opgebracht en dan weer om hele schrale, dunne stukken en altijd weer die klodders en slierten kleur kleur kleur.
Het is snel gemaakt werk. In heldere, compromisloze kleuren. Geel blauw rood. Die slierten erover heen lijken slordig, onhandig, onwillekeurig, maar geven het sterke hardheldere beeld nou juist dat tegelijk kwetsbare, fragiele, zelfs tedere. Zo'n ruw, direct geschilderd werkstuk, ruig figuratief, heftig expressief, krijgt precies zijn perspectief door die "ragfijne tweede huid", zoals een recensent bij een tentoonstelling van Henk schreef. Een ragfijne tweede huid. Mooi gevonden.
Het is instant werk. Stand-up schilderkunst. Het is raak of het is niks. Het is niet zwaar op de hand, maar juist levenslustig, vrolijk en optimistisch. En heel bereikbaar, toegankelijk. Je hoeft er geen dikke pillen over na te lezen of een lange inleiding over te horen: je mag meteen genieten, het pakt je bij de eerste oogopslag en hoe langer je kijkt, hoe vrolijker je wordt.
Natuurlijk is het heel erg werk van deze tijd. Zonder poespas. Geen gezeur. En winstgeven. Nog voor de tentoonstelling hier vanmiddag wordt geopend, is er al een werk verkocht! En dat is de bedoeling ook van deze tentoonstelling en van het werk van Henk Hofstra. Nee, het is niet voor een depot van een museum om daar stil en zuurvrij opgeborgen te worden, het is om er samen vooral van te genieten: Henk toen-thuis aan de Morra bij het maken en de beschouwers hier en wellicht later thuis of op kantoor bij het kijken naar zoveel snelheid, beweeglijkheid, aanwezigheid, frisse lucht, adem.
Geen monnikenwerk, want Henk werkt snel, niet meditatief zei ik, maar ik moet bekennen dat ik als beschouwer al vele verstilde momenten heb beleefd bij het kijken naar mijn koe op kantoor. Het is gewoon een lekker, leuk, mooi schilderij en het geeft me energie, ook dat brede gebaar, die bluf misschien, ook dat gebrek aan gepriegel en gepeuter. Het werk van Henk Hofstra spreekt van zelfvertrouwen van de maker: 1 2 3 daar gaat ie en daar staat't. Niets achteraf verbeteren of bijpunten, geen tijd voor details: beweging, leven, snelheid. "Ik ben tevreden als ook de vrolijkheid van het leven ervan af spat" zei Henk in een interview en kijk om u heen: dat lukt hem keer op keer en dat geeft een kick.
Kunst is het superlatief van kunnen, de overtreffende trap van een kunstje. Henk Hofstra maakt schilderijen die barsten van dat "gewisses etwas", je een kick geven. Bij mij hangt de koe van Hofstra op kantoor: daar kan ik soms zo'n duwtje in de rug wel gebruiken. Knallend rood geel en blauw, als een dikke pasta op een heel groot doek. Ik vind het heerlijk om ernaar te kijken. ik vind het in al zijn directheid gewoon lekkere hoogprofessionele kunst dat het verdient gul verkocht te worden en het is me dan ook een groot genoegen de tentoonstelling van Henk Hofstra hier op Lauswolt voor geopend te verklaren!
Thom van der Goot
Directeur Stadsschouwburg en de Oosterpoort te Groningen
|